Van de straat naar een eigen flatje

WWW : Werk, Woning en een Wijf. Deze drie ingrediënten zijn vaak voldoende voor een zwerfjongere om een burgerlijke belastingbetaler te worden. Zo ook Brian in Apeldoorn.

We spreken af met Brian in zijn flatje, op vrijdagavond, na zijn werk. Een compleet ingericht appartement, met goudvis en hond, gezellig en huiselijk. Zijn vriendin is er ook bij. Nadat hij zijn ‘kapsalon’ heeft opgegeten en de vriendin een joint opsteekt, interviewen we Brian.
Brian is op zijn twaalfde uit huis geplaatst, hij was thuis en op school niet meer te handhaven. In hoeverre de gezinssituatie bij deze uithuisplaatsing een rol heeft gespeeld (zijn ouders zijn op zijn vijfde gescheiden, vader een junk) weet je niet. Of heeft Brian gewoon een autonoom karakter en wil hij de randen van wat kan, en niet kan, verkennen?
Tot zijn vijftiende verbleef hij in verschillende internaten. Ontsnapte vaak uit deze ‘tehuizen’, dan pakte de politie hem op. Die nam dan contact op met zijn moeder, maar die wilde hem niet thuis hebben. Dus weer terug naar de inrichting.

Op zijn vijftiende werd hij overgeplaatst naar Hoenderloo. Naar eigen zeggen leek het daar wel een ander land, met al die bossen. Ook daar heeft Brian het niet lang volgehouden. Al snel trof hij vrienden in Apeldoorn waar hij kon blijven slapen. Later bouwde hij zijn eigen tent bij een skatebaan. Een tent bijna compleet ingericht: bankstel, kooktoestel, er ontbrak alleen nog elektriciteit. In de buurt was deze plek al snel bekend als een coffeeshop voor onder de achttien jaar. Veel aanloop van jongeren en – natuurlijk – ook politie. Toen de tent werd gesloopt door de politie zwierf hij van kraakpand naar kraakpand. Eén van de kraakpanden was Westpoint. Dat oude kantoorpand was toen eigenlijk een slaaphuis voor mensen die niets hadden. Het was daar altijd feest, drugs en rock ’n roll. Dj’s, alles was er. Hij verkocht drugs en stal wel eens wat voor zijn eten en drinken.

Maar dan word je achttien jaar.

,,Ik kon niet meer gedwongen opgenomen worden, maar eigenlijk val je in een gat. Je kunt wel ergens aankloppen maar dan zeggen ze dat je volwassen bent , klop je bij de ouderen aan dan zeggen ze: je bent jongvolwassene. Je valt tussen wal en schip. Je meldt je aan bij Tactus, je komt dan bij het slaaphuis terecht, nou dat is ook niet prettig, geen plek waar je moet zijn.
Op een gegeven moment krijg je kinderen, dan word je weer wat rustiger. Maar ik was ook nog een beetje van God los. Ik kon mij nog niet helemaal aanpassen aan de realiteit. Ik was eenentwintig toen ik mijn eerste kind kreeg, het was een drugsrelatie. Het kind kreeg wel te eten maar drugs waren het belangrijkste. Jeugdzorg heeft toen ingegrepen. Later kreeg ik nog een kind, dat groeide op bij de oma. Ik heb met alle twee sinds kort trouwens weer een beetje contact, heel fijn.”

Wat maakt het dat je nu gesetteld bent en je niet in dat ‘halve criminele leven’ bent blijven hangen?

,,Omdat ik het misschien wat slimmer hebt gespeeld . Ik wilde niet worden als mijn vader, hij was verslaafd, ik zou dan de vijfde generatie drugsverslaafde worden.
Over mijn vader: eerst harddrugs, daarna heeft hij de ene verslaving ingewisseld voor een andere: alcohol. Enige jaren geleden is hij overleden aan een hersenvliesontsteking, ik ben nog bij zijn begrafenis geweest. Ik had wel contact met hem, maar beschouwde hem eigenlijk als een oudere broer.
Ik ben niet zoals mijn vader blijven hangen in de drugs, heb soms wel dagen achter elkaar gebruikt maar dan ging de knop om en bleef ik een tijd clean. Ik ben er niet door afgedwaald om compleet verslaafd te raken, ik had mijn grens.”

Nu werk ik en is het geld heel anders, je hebt het zelf verdiend.

,,Als ik terug kijk ben ik wel altijd goed geweest voor de medemens geweest en heb een goed karma. Natuurlijk heeft mijn vroegere leven stress meegebracht. Ik heb heel wat gaten bij de Gemeentelijke Basis Administratie persoonsgegevens (GBA).
Op mijn vijftiende is daar mijn laatste adres genoteerd. Ik was onvindbaar, ook voor mijzelf. Vrienden wisten waar ik woonde, de politie niet.
Uiteindelijk komt het dus wel goed, je moet de juiste mensen om je heen verzamelen. Sommige instanties kunnen je goed helpen, zoals het outreachende team. Ik kon daar altijd terug komen, ongeacht mijn toestand.

Ik neem ook steeds meer afstand van mijn vroegere wereldje. Natuurlijk ontmoet ik nog oude vrienden. Maar in mijn huisje wordt geen feestje gebouwd. Ik kan hier de politie gewoon gedag zeggen, ze komen niet meer langs.
Drugsgeld is vreemd geld, de ene keer heb je duizend euro, de andere dag niets. Nu werk ik en is het geld heel anders, je hebt het zelf verdiend. Ik zit in bewindvoering en alles wordt op tijd betaald, een fijn gevoel en het geeft mij zekerheid. Dit huisje wil ik niet verliezen.”

De naam van de betreffende jongere is voor dit verhaal aangepast.