Ambassadeur Peter Müllenberg

Peter Müllenberg bokst in de klasse tot 81 kg. Hij nam in 2016 deel aan de Olympische Spelen in Rio de Janeiro.
 Op zijn vijftiende jaar verruilde Peter het voetbal voor boksen. Het irriteerde hem dat de medespelers niet alles gaven in een wedstrijd of training. Dat is zijn karakter: alles of niets. Bij het boksen ben je zelf verantwoordelijk voor het resultaat. En resultaat krijg je alleen als je “tot het gaatje gaat”.
Peter komt hij uit voor de Apeldoornse boksclub ABCC. Zijn grootste kwaliteit is zijn uithoudingsvermogen.

,,Ik ben blij dat ik voor de Stichting Zwerfjongeren Apeldoorn iets kan beteken. Zelf kom ik uit een achterstandswijk, veel van de jongeren in mijn buurt hebben de school niet afgemaakt. Wat er van hun is geworden weet ik niet, maar ik vermoed dat een aantal van hun nooit gewerkt heeft. Ze hingen op straat, kletsten wat, maar een echt doel hadden ze niet.”

,,Dat hebben van een doel is wel heel belangrijk. Als ik naar mezelf als kind kijk, wilde ik al vroeg iets bereiken in de sport. Leren is niet echt mijn ding, maar dat hoeft ook niet, als je maar een doel hebt in je leven. In mijn buurt was ik een buitenbeentje. Erg moeilijk heb ik het daar niet mee gehad. Als er echt problemen met de jeugd in mijn buurt waren, kon ik mij fysiek wel redden. Het voordeel was wel dat ik altijd het sterkste was. Ik kon mij in ieder geval verdedigen.”

Talenten

,,Mijn ouders hebben mij altijd gesteund. Ik woonde in Twente en trainde in Apeldoorn. Mijn vader bracht mij als kind en later toen ik al ouder was altijd naar de training.
Als ik thuis uit mijn raam kijk, kijk ik uit op een veldje. Ik zie daar altijd veel jongeren, ze hangen wat rond, blowen en ouwehoeren. Ik vind dat zo zonde, gebruik je talenten, denk aan later. Dat zelfde zie ik in het Oranjepark. Met mooi weer rennen wij in het Oranjepark en dan zit het park helemaal vol met jonge gasten die de hele dag zitten te roken en te drinken. Ik ken veel van dat soort mensen, je weet van een groot deel ‘dat is niks en wordt niks’. Die kun je een miljoen geven, en een half jaar later hebben ze een miljoen schuld.”

,,Ik kan mij niet echt inbeelden dat een aantal van die jongeren gewoonweg niet naar huis kan. Ik dacht altijd dat het in Nederland alles wel zo goed geregeld is dat ze altijd wel onderdak hebben. Dat is dus blijkbaar niet altijd zo.
Als je in je onderhoud moet voorzien door te stelen is dat erg triest. Het is een keus die ik zelf nooit zou maken, onder wat voor omstandigheden ook. Ze beseffen niet wat men anderen aandoet. Neem bijvoorbeeld zo’n overval op een boekwinkel, daar werken over het algemeen oudere mensen. Die hebben daar jaren lang last van. Ook vind ik dat wel erg makkelijk van zo’n overvaller. Er is geen enkel argument om dit te doen. Ik heb ook moeilijke momenten in mijn leven gehad, we waren niet rijk in ons gezin, maar ik had bijbaantjes. Op mijn twaalfde knapte ik al tuintjes op en gaf mijn moeder wat geld. Je moet niet voor de makkelijkste weg gaan.”
,,Ik ben blij dat ik voor wat publiciteit kan zorgen voor deze stichting. Vooral het doel van de stichting om wat extra’s te bieden voor de jongeren trekt mij aan. Ogenschijnlijk simpele dingen voor de jongeren maar je laat ze kennis maken met een ander leven. Klasse.”

Interviewers Marco Betman en Roelof Rump
Foto Roelof Rump