Ambassadeur Gregor Stam

Gregor Stam is een gelouterd sportman. Hij was de eerste Nederlander die Europees kampioen triatlon werd op de lange afstand. Zijn succes begon in 1981, bij de eerste triatlon in Nederland. Veertien deelnemers deden toen mee, slechts vier haalden de eindstreep, Gregor eindige als eerste.
Het over zijn eigen fysieke grenzen gaan – tot de pijngrens toe – is zijn manier om zijn vroegere seksueel misbruik te verwerken. In die periode van het misbruik rende hij al, ging doelloos lange afstanden hardlopen, tot 60 kilometer toe. Later raakte hij in een diepe depressie die jaren duurde. Door medicijnen en het gebrek aan beweging werd Gregor dikker en dikker, zijn conditie holde achteruit. Op een bepaald moment tijdens die depressie was er een keerpunt. Hij schreef zich in voor de triatlon in Almere, was totaal ongetraind, woog 96 kilo, maar hij haalde de finish, huilend en strompelend. Als ‘running coach’ begeleidt hij nu jongeren met een Wajong- of een bijstandsuitkering. Sport is in de ogen van Gregor een methode om structuur, wilskracht en doorzettingsvermogen te krijgen. Probleemjongeren hebben zijn interesse, hij probeert hen duidelijk te maken dat op tijd komen en regelmaat belangrijk zijn voor je toekomst. Kleine stapjes, daar gaat het om.

,,Motivatie, dat is wat deze jongeren nodig hebben. Ze moeten om half negen beginnen, maar te pas en onpas druppelen ze binnen, enkelen komen pas om half tien. Slappe excuses. ‘Ik ga laat naar bed dus moet ik uitslapen’ en andere smoesjes.
Velen hebben een Wajong uitkering die waarschijnlijk op hun 28e afloopt, en dan vallen ze in de bijstand. Met deze mentaliteit komen ze daar nooit meer uit. En dat doemscenario zien ze nog niet.

Het zijn hele leuke jongens en meiden hoor, met veel humor, een heel gevarieerd gezelschap, dat trekt mij wel. Het gaat er mij niet om hen beter te maken, maar hoe kun je ze ontwikkelen en motiveren. Wat gaat er in hun hoofd om? Ik denk dat er altijd tegen hen is aangeschopt. Op het laatst denken ze ‘barst maar, jullie houden geen rekening met mij, dan hou ik ook geen rekening met jullie’.”

Duikgedrag

,,Ouders en verzorgers hebben ook een verantwoordelijkheid. In het gemeentelijke begeleidingsprogramma waarin ik als coach meewerk is meedoen met activiteiten, zoals de sport, verplicht. Tenzij ouders afbellen. Ik maak het mee dat ouders gewoon zeggen ‘mijn kind hoeft niet te sporten’. Ongelofelijk, wat leren ze dan? Alleen duikgedrag.

Ik ben inderdaad begaan met de sociaal zwakkere jongens. Ik ben niet makkelijk voor ze, maar als je mij met ze bezig ziet, zie je dat ik een engelengeduld heb. Als ze maar komen, ze je een hand geven en aankijken. Alleen al het komen is een hele stap voor hen. Wat mij betreft mag er wel wat meer druk en consequenties achter zitten. Ze hebben te veel het idee dat er toch wel voor hun gezorgd wordt, en dat ze zelf geen verantwoordelijkheid hoeven te nemen voor hun toekomst.

Wat kun je voor ze doen? Alleen een boodschap meegeven. En ze leren dat als ze op hun bek gaan dat ze weer moeten opstaan. Je moet het zelf willen. Ach ja, ze leven van minuut naar minuut. Misschien ben ik wel heel ‘rechts’; maak een dagprogramma, behandel ze niet te soft, stuur ze naar een bejaardenhuis om te helpen. Ze merken dan ook dat ze iets betekenen.”

Spiegel

,,Je krijgt altijd tijdens het sporten wel verhalen. ‘Ik heb dit gestolen, ik heb dat gestolen.’ En dan hou ik ze een spiegel voor. Wat als ze zoiets van jou stelen? Wat doet het nou met jou, doe je ogen dicht en denk dat het van jou is.
Ik word niet boos, dat helpt toch niet.

Het klinkt misschien een beetje raar maar pas de laatste jaren begin ik mij een beetje te doorontwikkelen. En daar moet ik iets mee doen. Aan mijn heftige verleden heb ik mij ontworsteld, ik ben er bovenuit gekomen. Ik had ook in de criminaliteit, de drugs of de alcohol kunnen komen. En met die ervaring wil ik wat betekenen voor anderen.
Er zijn met die jongeren ook mooie resultaten geboekt. Neem ‘Jan’, die begeleid ik al jaren, ik ben een soort mentor voor hem. Hij is van de drugs af, woont nu zelfstandig, heeft een relatie. Kortom een stabiel leven. Soms nodig ik hem thuis uit om samen met mijn kinderen te eten, ziet hij ook wat een gezinsleven is.

Ik begeleid een jongen van negentien jaar, hij is een beetje gek op mijn dochter. En als hij dan de eerste keer een 10 kilometer-tocht moet rennen, vraagt hij of zij er ook bij is. Zij gaat dan kijken. En aan het eind hoor ik dan ‘fijn dat je er was’. Heel triest, zijn vader en moeder waren er niet bij. En dat is nou zo jammer: dat is zo belangrijk voor die kinderen, steun en respect van de ouders.”

Systematisch

,,Ik begeleid ook wat je noemt notabelen, advocaten en zo. Hardlopen is niet zo maar hardlopen, je moet een heel nauwkeurig vastgelegd schema maken om bij voorbeeld van de zelfde afstand in drie en een half uur naar drie uur te gaan. Zo’n exercitie straalt ook uit naar je werk, je wordt systematisch, en krijgt een goed agendabeheer. Ik kan met iedereen opschieten. Ik gun iedereen wat ik zelf heb geleerd, je moet je kennis doorgeven, of het nu een advocaat, andere notabele of een jongen van de straat is.”

Interviewers Marco Betman en Roelof Rump
Foto Roelof Rump